Zeer geachte mevrouw Terpstra,

Wij, ik spreek nu namens tennisclub [naam bekend bij PenTeksT] uit Den Bosch, willen u uitnodigen om op 15 juni a.s. de officiële opening van ons nieuwe complex bij te wonen. Deze uitnodiging houdt verband met een geschiedenis die u zich hopelijk nog kunt herinneren. En uw optreden of bemoeienis of wat dan ook heeft ervoor gezorgd dat ons tenniscomplex niet is verbannen naar de uithoeken van het stedelijk universum, aan de snelweg A2 in ons geval. Kort de geschiedenis: In 2007 heb ik u een brief gestuurd. Daarin heb ik u verteld dat ik u in mij hart had gesloten gezien een standpunt dat u verkondigde: sport hoort thuis dichtbij de mensen. De gemeente Den Bosch echter - u zat samen met onze burgemeester Ton Rombouts in het NOC*NSF - wilde ons tenniscomplex verbannen uit de binnenstad en ik heb u toen gevraagd of u iets voor ons kon betekenen. Het resultaat is: wij zitten nog steeds in de binnenstad, in het park, en u ... daar zijn wij van overtuigd heeft hierin een belangrijke rol gespeeld. 
Daarom willen wij u vragen of u op 15 juni aanstaande ruimte heeft in uw agenda om met ons de opening feestelijk te vieren. U wordt door ons waar dan ook in Nederland met vliegend vaandel en roerende trom opgehaald. U kunt met mij hierover contact leggen. De oorspronkelijke brief is nog in mijn computer aanwezig.
Met vriendelijke groet,

Peter Kortz
Den Bosch, donderdag 23 mei 2013 


Al snel ontving ik een reactie:

Geachte heer/mevrouw, Hartelijk dank voor uw reactie! U ontvangt zo spoedig mogelijk een reactie van ons. Met vriendelijke groet, Erica Terpstra


Beste Peter Kortz, 
Hartelijk dank voor uw e-mail, welke Erica Terpstra met belangstelling heeft gelezen. Helaas moet ik u toch teleurstellen door te zeggen dat zij niet op uw verzoek in zal gaan. Haar agenda is echt te vol zodat zij rigoureus alle binnenkomende aanvragen moet afwijzen. Bovendien is zij de komende maanden veel in het buitenland voor de opnames van het derde seizoen van "Erica op reis" welke vanaf november weer wordt uitgezonden. Zij wenst u heel veel succes toe!
Met vriendelijke groet, Linda van den Top
Persoonlijk secretaresse Erica Terpstra 


De brief die ik haar (werkelijk) stuurde staat hieronder afgedrukt en dat was in 2007.
Speciaal voor de leden die er niet van op de hoogte zijn dat deze hele affaire als grap is begonnen. Ik schreef in die tijd nepbrieven naar beroemde tennissers die natuurlijk nooit verzonden zijn. De brief aan Erica Terpstra heb ik wel verzonden. En prompt belde ze mij op om te vragen wat er toch allemaal aan de hand was daar in Den Bosch.


Kortz (alweer) uit de bocht
(juni 2007)

Geachte mevrouw Terpstra,

Enige tijd geleden keek ik per ongeluk naar de televisie - ik kijk weinig, want het meeste wat vertoond wordt, vind ik slaapverwekkend - en zag u aangezeten bij de heren ..... een praatprogramma dus.

Toen u het woord kreeg, vertelde u in mijn ogen behartigenswaardige zaken over sport. Staat u mij toe kort toe te lichten wat u ook al weer zei.
Natuurlijk ging het over sport, immers daarover spreekt u met kennis van zaken. En het kader waarbinnen u door de heren aan de tand gevoeld werd, was het gegeven dat jongeren de neiging vertonen tot vetzucht, mede als gevolg van te weinig bewegen.
Dus was in feite uw oproep om jongeren zover te krijgen dat ze (weer) gaan sporten.

Een goede manier om dat te bereiken, is lid worden van een sportclub. Maar die sportclub hoort dan wel makkelijk te bereiken zijn, dus dicht bij de mensen, zo sprak u.
Sportclubs moeten laagdrempelig en uitnodigend zijn, zodanig dat je je als jongere niet ervan laat weerhouden lid te worden.
En nu komt het: ook zei u dat daarom sport niet thuis hoort aan de rand van steden, aan snelwegen of uitvalswegen van de stedelijke ruimte. Nee, dichtbij, in de buurten en woonwijken, daar waar sportclubs ook het samen-dingen-doen met je buurtgenoten alleen maar kan versterken. Dat is goed voor de buurt en gezond voor de deelnemers. Een prachtig neveneffect is dus, dat een sportclub ertoe kan bijdragen het wijkgevoel te verbeteren, de onderlinge contacten te verstevigen.
Ik meen, dat u ook initiatieven als die van de heren Johan Cruyff en Richard Krajicek noemde als goede voorbeelden van buurtgericht denken.

Welnu, daarmee ben ik het hartgrondig eens, ook al is bovenstaande een parafrase van uw woorden. Ik hoop dat ik uw opvattingen goed heb weergegeven.

Nu wil het geval dat in Den Bosch, de stad waar ik woon en werk, de politiek onze tennisclub wil verplaatsen. U raadt het al: naar een uithoek van het stedelijk gebied, vlakbij de A2 - heel gezond - en niet meer in een park, gelegen tussen de binnenstad en een grote woonwijk. De twee gebieden dus waar ook de meeste leden vandaan komen.
Natuurlijk maakt de verplaatsing deel uit van een groter plan, maar wanneer je de stedelijke ruimte gaat aanpakken, mag je naar mijn idee uitgaan van leidende principes. Nou, wat u uitsprak is er zo een: sport bij de mensen. En hou je aan dat principe.

Iets ervan - van die gemeentelijk plannen bedoel ik - zal ik u vertellen, anders wordt mijn brief te uitgebreid en krijg ik natuurlijk nooit enige reactie van u erop, want wijdlopigheid is u een gruwel.

Onze tennisclub moet wijken voor een parkeergarage en ook omdat de gemeente de vesting op die plek weer zichtbaar wil maken. Een parkeergarage bij een park is mij een gruwel.

Welnu, mijn vraag aan u is de volgende: zou u mij in een brief uw standpunt (kort maar krachtig) in dezen nogmaals uiteen willen zetten? Met uw toestemming - alleen dan - laat ik die in ons clubblad plaatsen, alleen maar om te laten zien dat er ook nog gezonde opvattingen bestaan over de plaats van een sportclub. Het is beslist niet mijn bedoeling u voor mijn kar of die van mijn sportclub te spannen. Nee, integendeel, het gaat mij puur om
uw opvatting zoals u die destijds hebt uitgesproken op de televisie.
Ik moet u er nog bij vertellen dat in een van mijn vorige stukjes van het clubblad - het zogenaamde Pettblad - ik aandacht vroeg voor de plek van een sportclub. En daarin verkondig ik wat u later uitsprak op tv. U ziet, niets is toevallig, alles heeft een zin en betekenis. Dat stuk zal ik u als bijlage doen toekomen.
Als u tot hier bent gekomen met de lectuur van deze brief, dan mag ik mij verheugen op uw geduld met mijn eenvoudig schrijfsel, maar dat wel gevoed wordt door een sportief hart.

Onder dankzegging voor uw lezing en erop hopend dat u mij een antwoord zult sturen,
teken ik, met de meeste hoogachting en met vriendelijke groet,

Peter Kortz

Hieronder staat een column uit 2007, die ik Erica Terpstra stuurde als bijlage bij bovenstaande brief.

Zo, ik verkeer in goed gezelschap. In gezelschap van formaat. Wat ben ik blij dat ik mijn gezond verstand, als ik zo vrij mag zijn mij daarvan te verdenken, niet heb laten infecteren door ideologische prietpraat, uit apocriefe geschriften opgediept om het stemvee te misleiden, teneinde het denken aan ideologen over te laten. Naar de duivel met die ideologen.
Wat is er aan de hand? Eigenlijk helemaal niks. Alleen heeft in een praatprogramma, jazeker bij Knevel en Van den Brink, Erica Terpstra uitspraken gedaan, die mij uit het hart zijn gegrepen. Sterker nog, in een van mijn vorig stukjes heb ik er in haar trant zelfs over geschreven. Ik was absoluut niet meer van plan erop terug te komen, maar nu wij onze 'knopen aan het tellen zijn', althans volgens een lokale VVD'er, moet ik hulde brengen aan onze nationale beroemdheid Erica. Ik heb haar in mijn hart gesloten.
Zij heeft gezegd dat sportclubs niet aan de randen van de steden moeten liggen, of zoals ik het formuleerde: sportclubs zijn ten onrechte naar de uithoeken van het stedelijk universum gedirigeerd. Daar horen ze niet thuis, ze horen dicht bij de mensen thuis, in hun woonwijken, zodat er geen drempels (figuurlijk dan) zijn en (jonge) mensen zich eerder uitgenodigd voelen om lid te worden van een club. Want dat is heel hard nodig. Foundations als die van Krajicek en Cruijff beogen niets anders dan sportfaciliteiten dicht bij de mensen te brengen, want waar zie je nog kinderen op straat spelen? De speelplekken voor de jeugd zijn geminimaliseerd. Zo zijn ooit de bewoners van mijn wijk benaderd door de gemeente om eens aan te geven waar wij speelplekken zouden wensen. Een comité van ouders/wijkbewoners heeft zich daar enthousiast over gebogen en een uitgebreid rapport uitgebracht, waar vervolgens niets mee is gebeurd. Ik schets mijn verbijstering zelf wel: een bestaande speelplek werd zelfs op gemeentelijk bevel verwoest. Ons hoef je niets meer te vragen.
En Erica is het dus met mij eens. Zij weet tenminste hoe het werkt en het bijbehorend inzicht is helaas nog niet volledig doorgedrongen bij onze lokale vertegenwoordigers. Dat komt nog wel eens, ik blijf hopen.
Wat wil Erica uiteindelijk? Zij wil dat de jeugd meer gaat bewegen, want jongeren zijn te dik. En die kans (op bewegen) is het grootst als de sportclub om de hoek is. Zo, die zit. Haar inzichten getuigen van realiteitszin en liefde voor sport. En zij durft haar nek uit te steken.
P.S. Tim Henman moet maar even wachten, ik schrijf eerst Erica Terpstra een brief, waarin ik haar zal vragen de lokale politici ervan te overtuigen de Pettelaer in het Zuiderpark te handhaven.








RapidWeaver Icon

Made in RapidWeaver